Als beheerder kunt u het type mobiel beheer en de wachtwoordvereisten instellen voor mobiele apparaten in uw organisatie. U kunt ook beveiligingsbeleid afdwingen, zoals methoden voor gegevenstoegang, versleuteling, apparaatgoedkeuring en sterke wachtwoorden.
Universele instellingen aan- of uitzetten
Voordat u begint: Als u een afdeling of team wilt instellen voor deze instelling, gaat u naar Een organisatie-eenheid toevoegen.
-
Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu
Apparaten
Mobiel en eindpunten
Instellingen
Universeel.
Hiervoor is het beheerdersrecht Beheer van mobiele apparaten vereist.
- Klik op een instellingencategorie en dan op een instelling (bijvoorbeeld Beveiliging en dan Apparaten goedkeuren). Meer informatie over de instellingen vindt u verderop op deze pagina.
- (Optioneel) Als je de instelling wilt toepassen op een afdeling of team, selecteer je aan de zijkant een organisatie-eenheid.
- Vink het juiste vakje aan of uit om de instelling aan of uit te zetten. Sommige instellingen hebben meer dan één optie die u kunt aan- of uitzetten.
-
Klik op Opslaan. U kunt ook op Overschrijven klikken voor een organisatie-eenheid.
Als u de overgenomen waarde later wilt herstellen, klikt u op Overnemen.
Index van algemene instellingen
Algemeen
Met deze instellingen kunt u voorkeuren voor apparaatbeheer en wachtwoordvereisten voor mobiele apparaten opgeven.
Mobiel beheer
Stel het type mobiel beheer in voor apparaten in uw organisatie. U kunt verschillende beheertypen instellen voor specifieke apparaatplatforms en organisatie-eenheden.
Standaard is mobiel beheer op basisniveau ingeschakeld.
- Functies voor mobiel beheer vergelijken
- Meer informatie over mobiel beheer op basisniveau
- Meer informatie over geavanceerd mobiel beheer
Wachtwoordvereisten
Alleen ondersteund voor mobiele apparaten
Wachtwoorden vereisen op beheerde mobiele apparaten.
Zie Wachtwoordvereisten instellen voor beheerde mobiele apparaten voor meer informatie.
Gegevenstoegang
Met deze instellingen kunt u voorkeuren instellen voor het delen van Chrome-signalen en voor eindpuntverificatie, de Google Assistent aanzetten en de werk- of schoolgegevens van gebruikers op mobiele apparaten synchroniseren.
Chrome-signalen delen
Verzamelt apparaatsignalen rechtstreeks vanuit de Chrome-browser, via de Endpoint Verification-extensie, of beide. Als het vakje Apparaatsignalen verzamelen uit de Chrome-browser is aangevinkt, kunt u apparaatgegevens krijgen zoals OS-gegevens, de versleutelingsstatus en de status van de schermvergrendeling.
Als Chrome-signalen delen aanstaat, rapporteert Chrome-profielsynchronisatie apparaatbeveiligingssignalen. Deze worden vermeld als Basisapparaten in de Beheerdersconsole. Ga naar Het delen van Chrome-signalen aan- of uitzetten voor meer informatie.
Eindpuntverificatie
Als het vakje Apparaatsignalen verzamelen via eindpuntverificatie is aangevinkt, kunt u informatie over die apparaten krijgen, zoals het besturingssysteem en de gebruiker. Eindpuntverificatie is ook vereist om regels voor contextbewuste toegang te gebruiken.
Als u eindpuntverificatie uitzet, maar regels voor contextbewuste toegang heeft, hebben gebruikers mogelijk geen toegang tot hun beheerde account op het apparaat.
Meer informatie over eindpuntverificatie
Android Sync
Hiermee kunnen gebruikers werk- of schoolgegevens synchroniseren met beheerde Android-apparaten.
Als u niet wilt dat gebruikers toegang hebben tot werk- of schoolgegevens op Android-apparaten, vinkt u Toestaan dat werkgegevens synchroniseren met Android-apparaten uit. Gebruikers kunnen hun werk- of schoolgegevens dan niet gebruiken in Google-apps, zoals Gmail, Agenda of Drive. Gebruikers hebben nog steeds toegang tot hun werk- of schoolgegevens via web-apps in een browser op hun apparaat.
iOS Sync
Hiermee kunnen gebruikers werk- of schoolgegevens synchroniseren met beheerde iPhones en iPads.
Als u niet wilt dat gebruikers toegang hebben tot werk- of schoolgegevens op iPhones en iPads, vinkt u Toestaan dat werkgegevens synchroniseren met iOS-apparaten uit. Gebruikers kunnen hun werk- of schoolgegevens dan niet gebruiken in Google-apps, zoals Gmail, Agenda of Drive. Gebruikers kunnen hun werk- of schoolgegevens op de volgende manieren openen:
- Via web-apps in een browser op hun apparaat
- Als IMAP aanstaat: via apps van derden, zoals ingebouwde Apple iOS-apps of Microsoft Outlook
Google Assistent
Wordt ondersteund op iPhones, iPads en apparaten met Android 4.1 Jelly Bean en hoger.
Hiermee kunnen gebruikers Ontdekken gebruiken met hun beheerde account op hun apparaat. Bekijk meer informatie over Ontdekken.
Opmerking: Beheerders van Google Workspace for Education-organisaties moeten ouderlijke toestemming hebben voor gebruikers onder de 18 jaar voordat ze Voice Match en Face Match kunnen aanzetten. Ga naar Face Match en Voice Match beheren voor meer informatie.
Beveiliging
Met deze instellingen kunt u voorkeuren opgeven voor apparaatgoedkeuringen en beveiligingsmaatregelen voor apparaten. Ga naar Geavanceerd mobiel beheer instellen om deze instellingen toe te passen op mobiele apparaten.
Apparaten goedkeuren
Ondersteund voor mobiele apparaten met geavanceerd mobiel beheer en eindpunten met eindpuntverificatie
Vereisen dat een beheerder een apparaat goedkeurt voordat een gebruiker toegang heeft tot werk- of schoolgegevens.
Ga naar Beheerdersgoedkeuring vereisen voor toegang tot mobiele apparaten voor meer informatie.
Camera
Wordt ondersteund op iPhones en iPads, apparaten met Android 4.0 Ice Cream Sandwich en hoger en Microsoft Windows Phone
Hiermee kunnen gebruikers de camera op hun apparaat gebruiken.
Als u niet wilt dat de camera wordt gebruikt, vinkt u Camera toestaan uit. Op Android-apparaten met een werkprofiel kunnen gebruikers de camera echter nog wel gebruiken in persoonlijke apps.
Versleuteling
Wordt ondersteund op apparaten met Android 3.0 Honeycomb en hoger die Android Sync gebruiken en op iOS-apparaten die iOS Sync gebruiken. Neem voor andere apparaten en apps van derden contact op met de apparaatfabrikant of app-ontwikkelaar.
Vereist gegevensversleuteling op apparaten, zodat de gegevens alleen kunnen worden gelezen als een apparaat is ontgrendeld. Versleuteling biedt bescherming als een apparaat is verloren of gestolen. Als het apparaat wordt ontgrendeld, worden de gegevens ontsleuteld.
Inactieve apparaten die eigendom zijn van het bedrijf (alleen Android)
Ondersteund voor Android-apparaten die eigendom zijn van het bedrijf
Als dit is aangevinkt, wordt er een maandelijks rapport gestuurd van Android-apparaten die eigendom zijn van het bedrijf waarop in de afgelopen 30 dagen geen werkgegevens zijn gesynchroniseerd. Rapporten worden automatisch gestuurd naar alle hoofdbeheerders in uw organisatie. Als u wilt dat anderen de rapporten ook krijgen, voert u de e-mailadressen in het tekstvak in.
Zie Een rapport ontvangen van inactieve bedrijfsapparaten voor meer informatie.
Gecompromitteerde apparaten
Ondersteund voor Android-apparaten en iPhones en iPads die gegevens synchroniseren met iOS Sync
Hiermee wordt de toegang van een Android- of iOS-apparaat tot werk- of schoolgegevens geblokkeerd als er aanwijzingen zijn dat het apparaat is gehackt of jailbroken.
- Vink het vakje aan voor Gehackte Android-apparaten blokkeren om een Android-apparaat te blokkeren als er aanwijzingen zijn dat het is gehackt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het apparaat is geroot, dat wil zeggen dat bepaalde beperkingen op het apparaat zijn verwijderd.
- Vink het vakje aan voor Jailbroken iOS-apparaten blokkeren om een iOS-apparaat te blokkeren als er aanwijzingen zijn dat het is jailbroken, waarbij beperkingen van het apparaat zijn verwijderd. Als u dit vakje aanvinkt, worden iOS-gebruikers gevraagd de Google Device Policy-app te installeren als deze nog niet op het apparaat is geïnstalleerd.
Gerelateerde onderwerpen
- Wachtwoordvereisten instellen voor beheerde mobiele apparaten
- Instellingen toepassen op Android-apparaten
- Instellingen toepassen op iOS-apparaten
Google, Google Workspace en gerelateerde merken en logo's zijn handelsmerken van Google LLC. Alle andere bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de bedrijven waarmee ze in verband worden gebracht.