Hoe werkt de organisatiestructuur

In de Google Beheerdersconsole worden al je gebruikers en apparaten in eerste instantie in één organisatie-eenheid geplaatst, de organisatie-eenheid op het hoogste niveau. Alle instellingen die je in de Beheerdersconsole maakt, zijn van toepassing op deze organisatie-eenheid op het hoogste niveau en dus op alle gebruikers en apparaten in je account.

Instellingen toepassen op groepen gebruikers of apparaten

Als u verschillende instellingen wilt toepassen op bepaalde gebruikers of apparaten, plaatst u deze in een onderliggende organisatie-eenheid (bijvoorbeeld Financiën of Human Resources), onder de organisatie-eenheid op het hoogste niveau. Gebruikers of apparaten in organisatie-eenheden krijgen de instellingen die u erop toepast. Als u wilt zorgen dat een onderliggende organisatie-eenheid de instellingen van de bovenliggende organisatie-eenheid niet overneemt, moet u de instellingen die specifiek moeten gelden voor de onderliggende organisatie-eenheid op deze organisatie-eenheid toepassen.

  • Voorbeeld: Gmail, Google Meet en Google Drive werken voor gebruikers in de organisatie-eenheid op het hoogste niveau. Gebruikers in de onderliggende organisatie-eenheid nemen Gmail en Drive over, maar voor hen staat Meet uit.
  • Aanbeveling: Maak aparte organisatie-eenheden voor gebruikers en apparaten. Zo kun je de instellingen voor beheerde apparaten en beheerde gebruikers aanpassen.

Uw organisatiestructuur instellen

Onder de organisatie-eenheid op het hoogste niveau kunt u onderliggende organisatie-eenheden toevoegen: zowel op hetzelfde niveau als trapsgewijs. Als u een instelling wijzigt op een hoger niveau, wordt deze gewijzigd voor alle onderliggende organisatie-eenheden die de instelling overnemen. Aangepaste instellingen blijven echter ongewijzigd.

Aan de slag:

  1. Maak organisatie-eenheden die gebruikers of Chrome-apparaten bevatten.
  2. Voor elke organisatie-eenheid kunt u het volgende doen:

Instellingen toepassen op één gebruiker of apparaat

Als u instellingen wilt wijzigen voor één gebruiker of apparaat, maakt u een organisatie-eenheid voor alleen die gebruiker of dat apparaat. Een gebruiker of apparaat kan slechts bij één organisatie-eenheid horen en neemt alle instellingen van die organisatie-eenheid over.

Als u gebruikmaakt van meerdere domeinen

U kunt gebruikers van al uw domeinen in dezelfde organisatie-eenheid bij elkaar plaatsen. Als u instellingen wilt wijzigen voor gebruikers in een bepaald domein, moet u een organisatie-eenheid maken voor alleen die gebruikers.

Opties voor grote organisaties

Als u een groot aantal gebruikers beheert of uw LDAP-directory synchroniseert, kunt u uitzonderingen maken voor sommige groepen gebruikers, ongeacht de organisatie-eenheid waar ze bij horen.

Er zijn 2 opties:

  • Configuratiegroepen (om service-instellingen aan te passen): U kunt bijvoorbeeld instellen dat Drive-bestanden niet extern kunnen worden gedeeld met mensen in hele afdelingen die organisatie-eenheden gebruiken. Maak vervolgens extern delen mogelijk voor bepaalde mensen binnen elke afdeling door die personen in een configuratiegroep te plaatsen.

    Ga voor de stappen naar Service-instellingen aanpassen met configuratiegroepen.

  • Toegangsgroepen (om de servicetoegang aan te passen): U kunt YouTube bijvoorbeeld uitzetten voor mensen in hele afdelingen die organisatie-eenheden gebruiken. Daarna kunt u YouTube aanzetten voor bepaalde mensen binnen elke afdeling door ze in een toegangsgroep te plaatsen.

    Ga voor de stappen naar Toegang tot services aanpassen met toegangsgroepen.