Integraties met externe partners instellen

Deze functie wordt ondersteund in de volgende versies: Frontline Standard, Frontline Plus, Enterprise Standard, Enterprise Plus, Education Standard, Education Plus, Endpoint Education Upgrade en Cloud Identity Premium. Versies vergelijken

Als beheerder kunt u ondersteunde externe partners (partners die bij de BeyondCorp Alliance horen) integreren met Google-eindpuntbeheer in de Google Beheerdersconsole. U kunt dan Unified Endpoint Management-providers (UEM) en beschermingsservices voor mobiele bedreigingen gebruiken samen met uw Google Workspace-, Cloud Identity- en met Identity-Aware Proxy beschermde Google Cloud-services. Nadat u de service heeft gekoppeld en aangezet voor een organisatie-eenheid, kan de service van derden gegevens over de apparaten sturen. U kunt deze bekijken in de apparaatinventaris en gebruiken in regels voor contextbewuste toegang.

Opmerking: Google is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van apparaatgegevens die worden gegenereerd door externe partners. Gegevens die door de externe partner aan Google worden geleverd, worden als zodanig ('as is') opgeslagen. Onjuistheden of persoonlijk identificeerbare informatie (PII) die worden gemeld door de externe partner, zijn uitsluitend de verantwoordelijkheid van de partner.

Als u een koppeling maakt met de service van derden wordt deze beschikbaar voor alle organisatie-eenheden in uw organisatie. De service van derden wordt echter pas toegepast als u deze aanzet voor een organisatie-eenheid.

BeyondCorp Alliance-partners

  • Check Point
  • CrowdStrike
  • Jamf
  • Lookout
  • Microsoft Intune (alleen desktopapparaten)
  • Omnissa

Vereisten

Stap 1: Koppelen met de BeyondCorp Alliance-partner

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners en dan Beheren.
  3. Klik in de rij voor de partner waarmee u wilt koppelen op Verbinding openen.
  4. Rond het verbindingsproces af op de website van de partner als deze wordt geopend:
    • Als u al een abonnement heeft bij die partner, bevestigt de partner de verbinding.
    • Als u geen abonnement heeft, kan u worden gevraagd een abonnement in te stellen.
  5. Sluit het dialoogvenster Partnerverbindingen beheren in de Beheerdersconsole om terug te gaan naar de instellingenpagina. De gekoppelde partner wordt nu in de lijst weergegeven.

Stap 2: De services van de partner aanzetten voor een organisatie-eenheid

Voordat u begint: Als u een afdeling of team wilt instellen voor deze instelling, gaat u naar Een organisatie-eenheid toevoegen.

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners.
  3. (Optioneel) Als je de instelling wilt toepassen op een afdeling of team, selecteer je aan de zijkant een organisatie-eenheid.
  4. Vink het vakje aan voor de partner waarvan u de service wilt aanzetten. Je kunt meerdere opties selecteren.
  5. Klik op Opslaan. U kunt ook op Overschrijven klikken voor een organisatie-eenheid.

    Als u de overgenomen waarde later wilt herstellen, klikt u op Overnemen.

De service van de partner wordt nu toegepast op de accounts in de geselecteerde organisatie-eenheid.

Het kan tot 24 uur duren voordat wijzigingen zijn verwerkt, maar meestal gaat dit sneller. Meer informatie

Stap 3. Gegevens over de servicestatus gebruiken voor niveaus voor contextbewuste toegang

Elke service stuurt gegevens over apparaten naar Google. Hiermee kunt u niveaus voor contextbewuste toegang instellen.

Opmerking: Als u wilt dat niveaus voor contextbewuste toegang op basis van de status van de service van derden worden toegepast op gebruikers met een iOS-apparaat, moeten deze gebruikers zijn ingelogd bij een andere Google-app dan de Chrome-browser (zoals YouTube of Gmail) met hun werk- of schoolaccount. Meer informatie

  1. Bekijk de documentatie van de service van derden om te zien welke gegevens deze naar Google stuurt.
  2. Stel in de Google Cloud Console een aangepast toegangsniveau in op basis van de partnerwaarden. Ga naar Een aangepast toegangsniveau maken voor instructies.

    niveau.

    Vul bij de stap waar u Voorwaarden moet invullen een kenmerk voor device.vendors in dat overeenkomst met een statuswaarde. Bijvoorbeeld: device.vendors["some_vendor"].data["status_value"] == true, waarbij some_vendor de naam van de partner is (Checkpoint of Lookout) en status_value de statussleutel die de partner heeft opgegeven. Bekijk voor meer informatie het gedeelte over leveranciers in deze referentie.

    tabel.

  3. Wijs niveaus voor contextbewuste toegang toe aan apps.

Problemen oplossen met de integratie van een service van derden

Als de integratie niet werkt zoals verwacht, voert u de volgende stappen uit om erachter te komen wat het probleem is.

Stap 1: De koppeling met Google en de partner controleren

Van Google

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners.
  3. Klik naast Partners op Beheren.
  4. Controleer in de rij voor de partner of de beschikbare actie Verbinding sluiten is. Als de actie Verbinding openen is, klikt u erop en volgt u de instructies in Stap 1: Koppelen met de BeyondCorp Alliance-partner.

Met de partner

Kijk in de documentatie van de partner hoe u kunt zien of de partnerservice klaar is voor integratie.

Stap 2: Controleren of de gebruiker bij een organisatie-eenheid hoort waarvoor de koppeling is aangezet

Zorg dat de koppeling is ingesteld voor de gebruiker. Koppelingen worden aangezet per organisatie-eenheid en werken alleen voor gebruikers in organisatie-eenheden waarvoor de koppeling is aangezet.

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners.
  3. Klik links op de organisatie-eenheid van de gebruiker.
  4. Controleer naast Beveiliging en MDM-partners de app-integraties die zijn aangezet voor de organisatie-eenheid.
  5. Als de integratie er niet bij staat, klikt u op Beveiliging en MDM-partners en vinkt u het vakje aan naast de partner. Als de partner er niet bij staat, moet u de partner eerst koppelen. Zie Stap 1: Koppelen met de BeyondCorp Alliance-partner voor instructies.

Stap 3: Controleren of Google de apparaatgegevens van de gebruiker ophaalt bij de service van derden

Integratiepartners sturen gegevens over het apparaat van een gebruiker naar Google. In de Beheerdersconsole kunt u controleren of Google die gegevens krijgt.

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Apparaten.

    Hiervoor is het beheerdersrecht Beheer van mobiele apparaten vereist.

  2. Zoek het apparaat van de gebruiker. Als u de lijst wilt filteren, vult u het e-mailadres in de zoekbalk in en filtert u op apparaattype.
  3. Klik op het apparaat om de detailpagina te openen.
  4. Ga naar het gedeelte Services van derden. Als u dit gedeelte niet ziet, is de partnerkoppeling misschien niet juist ingesteld. Bekijk de eerste 2 stappen voor probleemoplossing.
  5. Zoek de rij voor de partnerservice en controleer of de waarden voor Status, Beheerde status en Nalevingsstatus niet zijn ingesteld op Niet opgegeven. Als u hier niet de verwachte waarden ziet, neemt u contact op met de partner voor hulp.

Stap 4: Controleren of het aangepaste toegangsniveau juist is opgegeven

  1. Ga in de Google Cloud Console naar Access Context Manager.
  2. Zoek het aangepaste toegangsniveau en controleer of het volgende het geval is:
    1. In de voorwaarden staat de juiste naam van de externe partner. Deze naam staat vermeld in de documentatie van de externe partner.
    2. In de voorwaarden staat een waarde die overeenkomt met de waarde die u heeft gekregen van de externe partner.

Als hier iets niet klopt, bekijkt u Gegevens over de servicestatus gebruiken voor niveaus voor contextbewuste toegang.

Stap 5: Controleren of het aangepaste toegangsniveau is toegepast op de juiste Google Workspace-service of Google Cloud-bron

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Beveiliging en dan Toegangs- en gegevensbeheer en dan Contextbewuste toegang.

    Hiervoor zijn de rechten Gegevensbeveiliging 'Toegangsniveaus beheren' en 'Regelbeheer' en de Admin API-rechten 'Groepen' en 'Gebruikers' (lezen) vereist.

  2. Klik op Toewijzen en vervolgens op Toegangsniveaus toewijzen.
    Er wordt een lijst met apps weergegeven.
  3. Bekijk op welke apps en services het aangepaste toegangsniveau is toegepast.

(Alleen iOS-apparaten) Dubbele apparaatvermeldingen voorkomen en verwijderen die worden veroorzaakt door het gebruik van BeyondCorp Alliance voor apparaatrapportage van derden

In sommige gevallen kan het inschrijven van apparaten bij een externe servicepartner leiden tot dubbele vermeldingen voor hetzelfde apparaat in de Beheerdersconsole. Dit kan er weer toe leiden dat regels voor contextbewuste toegang onterecht de toegang tot Google-services blokkeren voor een beheerd apparaat.

Zorg dat Safari aanstaat op het apparaat om dubbele apparaatvermeldingen te voorkomen.

Volg deze stappen om dubbele apparaatvermeldingen te verwijderen:

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Directory en dan Gebruikers.

    Hiervoor is het juiste recht voor User Management vereist. Als u dit recht niet heeft, ziet u niet alle bedieningselementen die u nodig heeft.

  2. Zoek de gebruiker van het dubbele apparaat en klik op de gebruikersnaam om de pagina Gebruikersgegevens te openen.
  3. Klik op het tabblad Beveiliging op Gekoppelde apps.
  4. Verwijder alle vermelde apps.

Op het gebruikersapparaat:

  1. Log uit bij alle Google-accounts en verwijder ze.
  2. Ga in Safari naar de webpagina van een Google-service (bijvoorbeeld gmail.com) en controleer of de gebruiker niet is ingelogd.
  3. Installeer een Google-app, zoals Gmail of Drive, opnieuw en log in. (Open een Google-app niet via de webpagina in Safari.)

    Regels voor contextbewuste toegang blokkeren de toegang tot de Google-app en tonen een link om de app-blokkering op te lossen.

  4. Klik op de herstellink en volg de stappen om het apparaat opnieuw in te schrijven bij de servicepartner.
  5. Sluit de Google-service en open deze opnieuw. De toegang wordt niet meer geblokkeerd.

Instellingen voor de integratie van een service van derden wijzigen

Een partner uitzetten voor een organisatie-eenheid

Voordat u begint: Als u een afdeling of team wilt instellen voor deze instelling, gaat u naar Een organisatie-eenheid toevoegen.

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners.
  3. (Optioneel) Als je de instelling wilt toepassen op een afdeling of team, selecteer je aan de zijkant een organisatie-eenheid.
  4. Haal het vinkje weg voor de partner die u wilt uitzetten.
  5. Klik op Opslaan. U kunt ook op Overschrijven klikken voor een organisatie-eenheid.

    Als u de overgenomen waarde later wilt herstellen, klikt u op Overnemen.

Een partner ontkoppelen

  1. Ga in de Google Beheerdersconsole naar Menu en dan Apparaten en dan Mobiel en eindpunten en dan Instellingen en dan Integratie met derden.

    U moet zijn ingelogd als hoofdbeheerder om deze taak te kunnen uitvoeren.

  2. Klik op Beveiliging en MDM-partners en dan Beheren.
  3. Klik in de rij voor de partner op Verbinding sluiten. De services van de partner worden niet meer toegepast op apparaten in uw organisatie en u ziet de partner niet meer als optie om aan te zetten.

Als u een koppeling met een partner sluit en weer opent, wordt de service van de partner automatisch opnieuw aangezet voor organisatie-eenheden waarvoor deze eerder was aangezet.

Het kan tot 24 uur duren voordat wijzigingen zijn verwerkt, maar meestal gaat dit sneller. Meer informatie


Google, Google Workspace en gerelateerde merken en logo's zijn handelsmerken van Google LLC. Alle andere bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de bedrijven waarmee ze in verband worden gebracht.